De vermiste Wieringers
Je zou denken dat Japikje Wigbout wel genoeg ellende had gehad. Acht van haar negen kinderen verloor ze. Maar toen ik naar haar familienaam zocht vond ik nog een onvoorstelbaar verhaal.
Alleen een Zusje
In de wachtkamer haal ik een oude schoolfoto tevoorschijn. Tussen de andere kinderen staan twee witblonde meisjes met matrozenkraagjes en lichte ogen in brede oogkassen. Ze doen me denken aan een foto die tante Alida me eens heeft laten zien:
Is het Japikje?
‘Weten jullie wie dit is?’ Alida laat ons een oude foto zien. Een vrouw in klederdracht. Hooggesloten zwarte jurk, een witte kap op met een rijk versierd oorijzer dat aan beide zijden van het voorhoofd uitsteekt. ‘Het is familie, maar wie is het?’
Geboortegrond
Ter herinnering aan je vriendin Alie. Oudesluis, 1925. Het staat onderaan een versje in het poesiealbum van mijn oma, Ama noemden we haar. Toen ik ontdekte dat zij als meisje in Oudesluis had gewoond was ik verrast.
Opa en oma Beek
‘Jan, pák je geweer!’
Zag oma Beek een haas in het weiland. Ze hield erg van lekker eten.
Of ze zei: ‘Jan, ik lust wel een boutje vanavond.’
Ging opa met de karabijn het land in.
Wij gaan.
In het kanaal bij Kolhorn zie ik een bootje liggen. Het is de KH44.
‘U kunt ons huren hoor!’ roept de schipper.
Een walvisvaarder als voorouder
Over een voorouder die walvisvaarder op Groenland was en hoe boerderij Groenland aan de neus van Jan Cornelis Klaas Beek voorbij ging
