Pieter Pool 1796 - 1891
Toen Pieter Pool zijn laatste kind kreeg was hij 77 jaar oud. De volgende dag ging hij naar het gemeentehuis om zijn zoon Jan Dirk te laten inschrijven in het geboorteregister. Maar hij heeft de geboorteakte niet ondertekend. Hij verklaarde 'dit niet te kunnen doen, omdat hij geen schrijven heeft geleerd.'
Tijdens zijn leven trouwde hij drie maal. Eerst met Maartje Bruin. Na 8 jaar huwelijk kregen ze een dochter. Twee jaar later overleed zijn vrouw. Vlak na haar dood huwde Pieter opnieuw, met Aaltje Mulder. Ze kregen samen zes kinderen. Ook zijn tweede vrouw stierf, na een huwelijk van 20 jaar.
Toen zijn oudste zoon Jacob trouwde, was Pieter zelf net aan zijn derde huwelijk begonnen. Pieter was toen al ver in de 60, zijn nieuwe vrouw Aagje 40 jaar jonger.
In beide huwelijken werd zo om het jaar een kind geboren. Op 2 juli 1867 kregen zowel vader Pieter als zoon Jacob een kind. Jacobs dochter Ariaantje werd geboren des voormiddags ten half drie ure. Jannetje, het twaalfde kind van Pieter, kwam ter wereld des namiddags ten drie ure.
Ze gingen niet samen naar het gemeentehuis. Pieter ging twee dagen later dan Jacob en ondertekende de akte deze keer wel, met mooie hanenpoten.
Toen Pieter Pool overleed woonde hij op perceel 257.
De Herberg ernaast was ook zijn eigendom, op de foto het hoge dwarsstaande huis naast het huis met de krullen. De herberg werd uitgebaat door Jacob Smit, zijn schoonzoon. In de herberg stonden nog wat spullen van Pieter: zes tafeltjes, zeven stoelen, een drankstelling met kranen en veertien vaten, een muzikanten tafel, zeven wijntafels met banken, twee hamen met twee riemen en een beddepan.
Pieter Pool overleed op woensdagochtend 7 januari 1891 in zijn huis aan de Nieuwe Streek. Het was die winter zo koud dat het eiland Wieringen met paard en slee over het zeeijs bereikbaar was.
94 Jaar was Pieter geworden. Zijn oudste zoons Jacob en Arie, 57 en 51 jaar oud, beiden grossier van beroep, kwamen samen naar het gemeentehuis om aangifte te doen van het overlijden. Zijn jongste zoon Jan Dirk was 16 en woonde nog thuis.
De notaris maakte ten sterfhuize van Pieter Pool een inventaris op van de boedel van de overledene.
Het opmaken van een boedelinventaris was in dit geval verplicht omdat de jongste zoon van Pieter nog minderjarig was. Zo kon zijn erfdeel worden beschermd.
In het woonvertrek:
Gordijnen voor de glazen, matjes op de vloer. Een kachel en een fornuis, een tafel, zeven stoelen en drie stoven. Op tafel rookgereedschap, een bloempot en wat kleinigheden. Een bureau, twee ornamenten, een tabaksvaatje en een bedbankje. Twee grote spiegels en een kleine, een hangklok en een vogelkooi. Twee dubbele vaste kasten met glas- en aardewerk, blik- en koperwerk, doosjes en eenige trommels. In drie kleine kastjes een koperen doofpot, een koperen botermout en een tafelkleedje. Twee stoven, een vaatje en een trommel. Op twee vaste bedsteden veren bedden met toebehooren.
In het voorhuis: gortladen, matjes en een schilderij.
In het zijkamertje: matten op de vloer en gordijnen voor het glas. Een tafeltje met vijf stoelen. Een kastje waarop eenige ornamenten. Een hanglamp en een spiegel, een koperen stoof en een kistje. Een kast met drie kommen.
Onder de besteden in het doorloopje: Keulsche potten en kleinigheden.
In de keuken: matjes op de vloer. Een tafel en een stoel, een koperen aker en grof aardewerk. Een petroleumstel met keteltje. Een schenkblad, een emmertje en een stoffer. In diverse kleine kastjes grof aardewerk, kruiken, flesschen, een koperen ketel en stoffers.
Op zolder: een partij turf en hout. Een tafel met kleed, karpet en matje. Oud vaatwerk, een ledikant met behang, een klein veeren bed met toebehooren. Negen stoelen, koper en ijzerwerk. Een koperen bak en ketel, koperen schalen met gewicht. Een gemak koffertje. Keulsche potten, mandwerk, kist en mangelplank. Een partijtje matten van beneden.
Op het erf: een tobbe, emmers en een kuipje.
Achter het erf: een modderbak.
Eindelijk: mans kleederen, vrouwe kleederen en huiselijk linnen. Gouden sieraden: een horloge en een ketting. Een oorijzer, een paar zijnaalden en een voornaald. Een paar kapspelden, een boot met zijstukken, een broche en een paar hangers. Speldjes en een ring. Bloedkoralen. Zilveren sieraden: een beugel met haak, een knip, een reukdoosje en een naaldenkoker met rijgpen.
